Deze eeuwenoude, eenvoudige structuur behelst in feite de hele ontstaansgeschiedenis van de stad. Het centrale trappenhuis verenigt op intense wijze gebouw en stad. Het trappenhuis ontstaat reeds op het plein, nodigt bezoekers op het plein uit en leidt hen, langs een cafetaria, foyer, bibliotheek, museumwinkel en kaartverkoop op de begane grond, het museum in naar het balkon van waaruit de bezoekers een wijds uitzicht op het omliggende landschap hebben. Een tweede belangrijk structurerend element vormt het plafond. Het plafond volgt in beginsel dezelfde route als de trap en zijn golvende beweging gaat mee met de verwachte beweging van de bezoekers. Daar waar de bezoekers samenkomen, in de centrale hal bij de liften, zijn de golven frequenter; in de expositieruimtes waar de klimaatbeheersende installaties zich bevinden worden ze langer. Het plafond integreert installaties en architectuur en zorgt ervoor dat de verschillende ruimtes met soms sterk uiteenlopende museale objecten een eenheid blijven vormen. Opvallend is de routing door de expositiezalen op de eerste verdieping. De expositieruimtes zijn georganiseerd als straten met zijopeningen. De bezoeker volgt geen van tevoren vastgesteld pad maar kiest zijn eigen individuele route, geleid door (diagonale) zichtlijnen en het licht. Het licht, zijlicht en noorderlicht, brengt het tentoongestelde bovendien continu in relatie met het omliggende landschap.
|